euro gulden
 

ondergang van het wetsen

een blik in de financiёle toekomst - wat politici ons niet vertellen
waarzegger kijkt in de financiele toekomst

Democratische gaten - parlement of volk?

Nostredamus – 22-8-2011

Er wordt geklaagd dat er een kloof is tussen de politiek en het volk. Er wordt geklaagd, dat men openstaat voor populisme en dat er geen leiderschap meer is in de politiek. Hoe is dit zo gekomen en kan dit worden opgelost?

De vertegenwoordigende democratie zoals we die nu kennen is langzaam ontstaan in de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw. In eerste instantie stond het stemrecht alleen open voor gegoede burgers. Immers, door hun opleiding en ervaring werd deze elite geacht te weten wat goed was voor het land, terwijl het “klootjesvolk” niet geacht werd over landszaken verstandig te kunnen besluiten. In een tijd waarin de afgevaardigden uit Limburg en Groningen met paard en wagen naar Den Haag moesten reizen om in het parlement hun stem uit te brengen, was het noodzakelijk een vertegenwoordigende democratie te hebben. Immers, niet alle stemgerechtigden konden meestemmen over elk voorstel. Het organiseren van verkiezingen eenmaal in de vier jaar was al moeilijk genoeg.

Het stemrecht werd steeds verder uitgebreid totdat uiteindelijk algemeen kiesrecht voor alle volwassenen de nrom werd. Echter, het idee dat de elite in Den Haag beter kon oordelen over de zaken van landsbelang dan het volk in het land was diep geworteld in de vierkante kilometer rondom het Binnenhof. Inmiddels in de 21e eeuw zijn we aangeland in een situatie waarin de ervaring en opleiding van het volk zeker zo groot is als die van zijn vertegenwoordigers. Het volk heeft dus een mening over tal van zaken, gestoeld op wat men om zich heen ziet gebeuren in de maatschappij, en gestoeld op de eigen kennis en kunde. De Haagse politiek daarentegen is in zichzelf gekeerd, bestaat grotendeels uit carrière politici of gewezen ambtenaren en heeft relatief weinig contact met de maatschappij. In die beperkte wereld zijn vele zaken die geacht worden niet bespreekbaar te zijn, omdat men het over bepaalde fundamentele zaken eens is. Dat zijn dikwijks de meeest essentiele zaken. In het politieke debat wordt over deze hoofdzaken dan ook nauwelijks gesproken, terwijl in het land het politieke debat in volle hevigheid woedt buiten gehoorafstand van politiek Den Haag.

Een voorbeeld was destijds het al of niet toetreden tot de euro. Daar is in het parlement nauwelijks een debat over geweest. Dat was toch een onderwerp, waar iedereen het over eens was. En wie nu alleen maar de suggestie zou doen over het eventueel verlaten van de eurozone, zou worden versleten voor “populist”, terwijl afgevaardigden “leiderschap” moeten tonen door vast te houden aan de gezamenlijke munt. Het debat over deze essentiele beslissing wordt dus niet in het parlement gevoerd, maar wel in de huiskamers en de café’s. Op dat moment is er dus een kloof tussen volk en politiek.

Maar als het volk een duidelijke mening heeft over een aantal essentiele zaken, als de afgevaardigden niet doen wat het volk wil, omdat ze in afzondering in een politiek-ambtelijke wereld verkeren, waardoor ze het zicht op de maatschappij verliezen en als de paard- en wagen inmiddels is vervangen door de bits en bytes van het internet, waarom zijn dan nog steeds de afgevaardigden het hoogste orgaan en niet het volk zelf?   

Natuurlijk is het handig dat er mensen zijn die de relatief kleinere zaken kunnen regelen. Als burger wil je je niet bemoeien met elke bit en byte van het overheidsapparaat. Maar over essentiele zaken als:

  • Moeten we uittreden uit de euro?
  • Moeten we doorgaan met het subsidieren van andere EU-lidstaten?
  • Moeten we een missie naar Afghanistan sturen?
  • Moeten we economische macht overdragen aan Brussel?

zou het volk het hoogste orgaan moeten zijn. Het parlement, als één na hoogste orgaan, moet zich dan neerleggen bij beslissingen van het volk. Het zogenaamde “populisme” is dan gesinstitutionaliseerd en synoniem met “leiderschap van het volk”.  

Met het internet is het technisch gemakkelijk te organiseren dat de bevolking over pakweg een stuk of tien belangrijke besluiten per jaar elctronisch stemt vanuit de huiskamer. Daarmee is de democratie geëvolueerd naar een nieuwe vorm, die veel meer dan de vertegenwoordigende democratie aansluit bij de hedendaagse maatschappij van mondige en goed opgeleide mensen.

Door de invoering van dit electronisch referendum kan men zijn democratische rechten zuiverder doen gelden. Een stem eenmaal in de vier jaar op een partij, waar je het voor 70% mee eens bent, maar voor 30% niet, zorgt ervoor dat je stem bij de onderwerpen, die tot deze 30% behoren, niet meetelt. Invoering van het electronisch referendum verhoogt dus het gehalte van de democratie.

Door een aantal malen per jaar het volk via een referendum te laten stemmen, controleert het volk het parlement en verdwijnt de kloof tussen volk en politiek.

 

 
 

 
 
links
 
 

  |   mijn eerste miljoen   |   waardeinvest   |   goud en zilver   |   beleggingsindex   |   loonrijden   |   het westen 5x failliet   |   ict top jobs   |   koopeiland   |   weekfolders   |